Stel cookie voorkeur in

Kangoeroegroep

Hoogbegaafden hebben veel minder herhaling nodig om tot beheersing van de leerstof te komen dan de gemiddelde leerling. Daarom is het goed om de leerstof voor hen te compacten, om verveling te voorkomen. Compacten is het overslaan van overbodige herhalings- en oefenstof. Bij compacten wordt ongeveer 50 – 75 % van de oefenstof geschrapt, en circa 75 – 100% van de herhalingsstof. Hierdoor komt er dagelijks tijd vrij waarin de hoogbegaafde kan werken aan verrijkingstaken. Bij verrijking gaat het er niet om dat de leerling meer werk krijgt, maar dat hij werk krijgt met meerwaarde. Verrijking is onder te verdelen in verdieping en verbreding. Verdieping sluit aan op de basisstof en het reguliere curriculum. Verbreding is een uitbreiding van het reguliere curriculum, bijvoorbeeld door een cursus Chinees of een muziekinstrument leren spelen op school.


Wij hebben gekozen om bij meer- en hoogbegaafde kinderen in principe te kiezen voor verbreden en verdiepen. Waar mogelijk gebeurt dit in de eigen klas. We hebben 4 belangrijke doelen opgesteld:
 

1. Aansluiten bij de leerbehoefte/uitdaging

We gebruiken de metafoor van Tijl Koenderink ter illustratie van het belang van leerstof op maat. Koenderink vertelt een verhaal over een cheetah in de dierentuin. De cheetah krijgt zijn eten altijd voor z’n neus geworpen en hoeft zich niet of nauwelijks in te spannen, om het eten te bemachtigen. Wanneer de cheetah op een dag toch inspanning moet verrichten om z’n eten te krijgen, lukt hem dit niet meer. Deze metafoor laat het belang zien van het aanbieden van leerstof in de zone van de naaste ontwikkeling.
 

2. Leren leren

Een veel genoemd probleem wat meer- en hoogbegaafde kinderen op het vervolgonderwijs tegenkomen, is dat ze nooit hebben leren leren. Een paar keer doorlezen is doorgaans genoeg voor een mooi cijfer. Wanneer de leerstof van een ander kaliber wordt, heeft de leerling zich niet de vaardigheid van het leren eigen kunnen maken. De leerlingen krijgen daarom ook theorie mee naar huis, waarover een pittige toets volgt. Dit is behoorlijk veel werk en vraagt van de kinderen dus ook dat ze thuis (veel) extra tijd moeten besteden aan het leren en het maken van opdrachten. Van de ouders vragen wij hun kind aan te moedigen om door te zetten, ook als het een keer te veel, of te moeilijk is!


3. Je eigen mogelijkheden, grenzen en interesses verkennen, om zodoende een goed zelfbeeld te ontwikkelen.

Wanneer een kind met weinig inspanning toch goede resultaten haalt, geeft dit uiteindelijk maar weinig echte voldoening. Een kind leert niet wat zijn eigen grenzen zijn en heeft daardoor geen reëel zelfbeeld. Als je als kind tegen dingen aanloopt, die je niet kunt, die moeilijk voor je zijn, dan leer je omgaan met teleurstellingen, maar je leert ook doorzetten als iets niet gelijk lukt, of als je het niet gelijk snapt. Een belangrijke vaardigheid om tot betere prestaties te komen.  

 

4. Kennis overdragen en je presenteren

Veel mensen op een hoog denkniveau kunnen hun kennis niet goed overdragen aan andere mensen. Het hoogste niveau van beheersing is echter het kunnen uitleggen van het geleerde aan iemand anders. Wat je aan een ander uit kunt leggen, onthoud je het best. De kinderen die in de Plusklas werken, geven regelmatig een presentatie aan de rest van de klas, over wat ze geleerd en gedaan hebben. Dit is voor zowel de klas, als voor de plusleerling een leerzaam moment.

 

Wat is een kangoeroegroep?

Op De Masten werken we met een kangoeroegroep. Dat is een groep kinderen die 1 dagdeel per week door de IB'er worden begeleid aan de hand van de 4 bovenstaande uitgangspunten. We willen kinderen daarbij graag stimuleren aan de hand van 'problem finding, problem solving'. 'Problem finding, problem solving' is een aanpak die begint met een vraag of probleem. De begeleider gebruikt vragen om te helpen met een echt probleem of een probleem dat betrekking heeft op hen (bijvoorbeeld, manieren ter verbetering van de instandhouding van de recycling van water in de school of het scheiden van afval). Kinderen worden gevraagd om strategieën te ontwikkelen die gebruikmaken van technologie tools om te helpen bij het oplossen van het probleem. Deze praktijk bevordert kritisch denken en ondersteunt de ontwikkeling van wetenschappelijke en technische kennis en vaardigheden.